Rouwen op kindermaat

Inspiratie voor vrijwilligers
Wanneer een kind een dierbare verliest, staat de wereld even stil. Als (groot)ouder of vrijwilliger wil je het kind beschermen tegen verdriet, maar tegelijk weet je vaak niet goed wat je moet zeggen of doen. Hoe vertel je dat iemand overleden is? Wat begrijpt een kind eigenlijk van de dood? En hoe kan je hen ondersteunen in hun rouwproces? Kinderpsychologe Ilse Luyten geeft advies over hoe je kinderen op een eerlijke en warme manier kan begeleiden wanneer ze met verlies te maken krijgen.

Slecht nieuws moeten brengen is niet makkelijk, zeker als je die boodschap moet overbrengen aan een kind. Hoe pak je dat best aan?

Het is vooral belangrijk om eerlijk te zijn, en daarbij je boodschap aan te passen aan de leeftijd en eigenheid van het kind. Er is dus geen standaardprocedure, want ieder rouwproces is anders. Wat wel helpt om te onthouden: voor kinderen is de dood vaak minder taboe dan voor volwassenen. Ze spiegelen ook hoe jij ermee omgaat. Hoe normaler jij erover spreekt, hoe normaler het voor hen voelt.

Ga vooral mee in de nieuwsgierigheid van het kind en beantwoord de vragen die zij stellen. Zorg in elk geval dat je kinderen niet met vragen laat zitten. Wanneer er dingen onduidelijk zijn, gaan ze zelf op zoek naar antwoorden en maken ze zelf verhalen. Door een gebrek aan informatie kunnen die wel eens onjuist zijn en soms erger dan de werkelijkheid. Zo begeleidde ik eens een jongen wiens opa overleden was en gecremeerd werd. Door in gesprek te gaan met de jongen werd duidelijk dat er veel onduidelijkheid was rond de vraag “hoe is mijn opa in die urne gekomen?”. Hij had dus zelf ingevuld hoe dit gebeurde en dat resulteerde in een verschrikkelijk beeld. Eens hij de juiste informatie had gekregen en verzekerd werd dat zijn opa geen pijn had geleden, was zijn onrust verholpen. Durf dus duidelijk te zijn in je uitleg, als een kind daar nood aan heeft. Je kan bijvoorbeeld uitleggen dat wanneer iemand sterft, het hart stopt met kloppen, de zintuigen niet meer werken en die persoon dus ook geen pijn meer voelt. Heldere informatie, afgestemd op de leeftijd, kan veel zorgen wegnemen.

Boekjes kunnen hierbij een grote steun zijn, zeker bij jonge kinderen. Ze geven taal en beeld bij onbekende situaties. Lees een boekje vooraf zelf eens door, zodat je weet of het past bij de situatie. Ook een tekening maken, iets uitleggen met speelgoed of een situatie uitbeelden kan helpen om een kind voor te bereiden op een naderend verlies of nadien om te duiden wat er is gebeurd. Gebruik daarnaast duidelijke taal. Als volwassenen vinden we het soms moeilijk om het woord ‘dood’ te gebruiken, maar vaag taalgebruik maakt het vaak ingewikkelder. Als je zegt: “opa is weg” of “mama slaapt”, kan dat verwarrend zijn. Komt opa dan nog terug? En als mama slaapt en niet wakker wordt, kan dat mij ook overkomen als ik ga slapen?

Ook metaforen zoals “tante is een sterretje aan de hemel geworden” zijn voor kinderen vaak moeilijk te begrijpen. Wat betekent dat precies? Hoe wordt iemand een ster? Door de waarheid te willen verzachten, maak je het soms juist lastiger voor jezelf en voor het kind. Praten tegen het symbool die de overleden persoon symboliseert, bijvoorbeeld een ster, kan uiteraard wel.

Kinderen hebben in verschillende leeftijdsfases dus verschillende noden?

Bij baby’s, peuters en kleuters – want ja, ook zij voelen verlies – is deze beleving vooral zintuiglijk en lichamelijk. Ze merken bijvoorbeeld dat een vertrouwde geur er niet meer is of dat iemand hen niet meer oppakt. Omdat ze nog weinig of geen taal hebben, uit zich dat vaak in gedrag: meer huilen, onrust of extra aanhankelijk zijn. Structuur en regelmaat helpen dan, omdat voorspelbaarheid veiligheid geeft.

Kleuters gaan het gemis dan weer vooral verwerken via hun fantasie en in spel. Vaak hebben ze erg praktische vragen: “als papa er niet meer is, wie brengt me dan naar school?”, maar ook vragen als “hoe lang blijft opa dood?” zijn niet ongewoon. Kleuters baseren zich vaak op wat ze kennen, zoals sprookjes en verhalen, waarin alles altijd weer goed komt en mensen weer tot leven komen. Het is goed om hier duidelijk in te zijn: jammer genoeg betekent overlijden dat iemand niet meer terugkomt. Kleuters hebben soms ook nog geen taal voor wat ze voelen, waardoor het verlies zich ook lichamelijk uitdrukt met hoofdpijn, buikpijn, ...

Vanaf ongeveer zes jaar beginnen kinderen beter te begrijpen wat eindigheid betekent. Hun vragen sluiten dan meer aan bij de realiteit. Door het verlies beseffen ze dat mensen – en ook zijzelf – niet voor altijd leven, wat maakt dat ze soms extra nabijheid zoeken bij mensen rondom hen. Soms krijgen ze dan last van (tijdelijke) angsten. In deze fase hebben kinderen ook nog steeds nood aan co-regulatie. Dat betekent dat ze leren omgaan met hun emoties via de volwassenen om hen heen. Het is dus belangrijk dat er iemand is die emotionele ruimte heeft om hen te ondersteunen, dat hoeft niet altijd een ouder te zijn.

Ruimte maken betekent trouwens niet dat het alleen over verdriet mag gaan. Kinderen hebben ook nood aan afleiding en positieve momenten: samen iets leuks doen, blijven deelnemen aan hobby’s of activiteiten, en een zo normaal mogelijk ritme behouden. Ook het netwerk rond het gezin kan hierin een belangrijke rol spelen. Pas rond hun twaalfde ontwikkelen kinderen een meer volwassen besef van de dood. Voor jongere kinderen is het concept vaak abstracter en moeilijker te begrijpen, al is deze leeftijdsgrens een veralgemening. Sommige kinderen die al op jonge leeftijd in contact komen met verlies, hebben al sneller een volwassen begrip van de dood.

Als je zegt dat kinderen hun emoties leren verwerken via volwassenen, is het dan goed om je gevoelens te tonen?

Dat hangt af van de situatie. Ben je echt overspoeld door emoties? Dan is het beter om jezelf eerst te reguleren en pas daarna te delen. Je hoeft niet te doen alsof er niets aan de hand is. Verdriet tonen is normaal bij verlies, en het kan voor kinderen net helpend zijn om te zien hoe je met emoties omgaat. Je kan bijvoorbeeld vertellen dat je net verdrietig was en dat huilen hielp, of uitleggen wat jou steun geeft. Kinderen kijken en leren veel door te observeren.

Kinderen hebben bovendien vaak de neiging om te willen zorgen. Dat mag ook, zolang het past bij hun leeftijd en ze daarin gezien worden. Het is wel belangrijk dat ze weten dat hun ouder ook steun krijgt van andere volwassenen en dat niet alle zorg op hun schouders rust.

Wat als het lijkt alsof een kind geen verdriet heeft?

Soms vinden kinderen en jongeren het moeilijk om hun verdriet met hun ouders te delen. Ze zien dat hun ouder het al zwaar heeft en willen hen beschermen. In dat geval praten ze misschien liever met iemand anders, zoals een leerkracht, een familielid of een vriend. Dat is helemaal oké. Soms stellen kinderen hun rouw ook uit. Ze wachten tot er in hun omgeving ruimte is om hun gevoelens op te vangen. Dat noemen we uitgestelde rouw. Wel is het belangrijk om alert te zijn als een kind lijkt vast te lopen. Dat kan je merken aan duidelijke gedragsveranderingen, minder sociaal contact, moeite om het gewone ritme weer op te nemen of lichamelijke klachten zoals buikpijn of hoofdpijn.

Tegelijk is het normaal dat verdriet af en toe weer opduikt. Ik vergelijk rouw graag met een bootje dat heen en weer vaart tussen twee oevers: de verliesoever en de hersteloever. Bij de verliesoever horen activiteiten die met het verlies te maken hebben, zoals herinneringen ophalen, foto’s bekijken of praten over de overledene. Bij de hersteloever horen dingen die met het gewone leven te maken hebben: naar school gaan, hobby’s doen, werken, sociale contacten onderhouden. Rouwen betekent bewegen tussen die twee en beiden zijn daarbij nodig. De verliesoever is vanzelfsprekend, maar ook de hersteloever is belangrijk. Die biedt namelijk ademruimte en het vertrouwen dat je opnieuw geluk kan ervaren na verlies.

Kinderen bewegen vaak sneller tussen die twee oevers. Ze kunnen bijvoorbeeld na een begrafenis alweer tikkertje spelen, terwijl volwassenen nog in gesprek zijn over het verlies. Dat betekent niet dat ze niet verdrietig zijn. Ze hebben gewoon die afwisseling nodig om met hun gevoelens om te gaan. Die natuurlijke beweging tussen verlies en herstel is dus gezond.

Hoe evolueert zo’n verdriet doorheen het leven van een kind of jongere?

Kinderen of jongeren die op jonge leeftijd iemand verliezen, worden vaak wat sneller matuur dan hun leeftijdsgenoten. Vroeger werd gedacht dat rouw uit vaste fases bestond en dat er een eindpunt was. Vandaag weten we dat rouw nooit helemaal “af” is. Het verlies blijft deel uitmaken van je leven. Wat wel verandert, is de intensiteit. Niet omdat het verlies verdwijnt, maar omdat het leven eromheen verder groeit. Daardoor lijkt het verdriet kleiner. Vandaag weten we dat rouw nooit helemaal “af ” is. Het verlies blijft deel uitmaken van je leven. Een mooie metafoor hiervoor is het rouwtouw, beschreven door Uus Knops. Zij vergelijkt rouw met een draadje in een tapijt. Soms ligt dat draadje meer op de achtergrond, en soms komt het plots weer naar voren. Bijvoorbeeld door een geur die herinneringen oproept, een verjaardag of een moment waarop het gemis opnieuw heel voelbaar wordt. Het verlies verdwijnt dus niet, maar je leert het verweven in het wandtapijt van je leven.

Ben je op zoek naar meer informatie?

Hieronder vind je enkele leestips:

VOOR VOLWASSENEN

• “Op afstand nabij” - Uus Knops

• “Vaar wel” - Uus Knops

• “Kinderen helpen bij verlies” - Manu Keirse

• Brochure “Niet te jong voor verlies” van Palliatieve Zorg Vlaanderen

VOOR KINDEREN

• “Dood zijn, is dat voor altijd?” - Lies Scaut

• “Het alfabet voor groot verdriet” - Uus Knops

• “De boom die geen bladeren meer wou”

- Lien Brynaert

• “Ik mis je” - Rik Peters

• “Voor altijd dichtbij” - Elvis Peeters

en Yule Hermans

• “Als verdriet op bezoek komt” - Eva Eland

• “Het eiland van opa” - Benji Davies

• “Alles wat was” - Stine Jensen

• “Het boek van de troost” - Kolet Janssen

• “Verder zonder jou” - Daan Westerink

Meer tips vind je op de website van Missing you vzw.

Meer inspiratie