Vrijwilligersverantwoordelijken van het jaar 2024: Rosalie en Lindsay
NieuwsVoor de jubileumeditie van ons tijdschrift Vitamine C reisden we door heel Vlaanderen om prachtige vrijwilligers te ontmoeten. We kregen een kijkje in tal van vrijwilligerswerkingen: kinderdagverblijven, ziekenhuizen, psychiatrische instellingen, woonzorgcentra en voorzieningen voor mensen met een beperking. Telkens werden we geraakt door de mooie verhalen die de vrijwilligers met ons deelden.
Zo ontmoetten we vrijwilliger Annemie. Zij nomineerde Rosalie en Lindsay, vrijwilligersverantwoordelijken van de palliatieve eenheid in het Jan Yperman Ziekenhuis, vrijwilligersverantwoordelijke van het jaar. We waren erg benieuwd naar hun bijzondere verhaal en trokken naar Ieper voor een interview!
Annemie, wanneer ben jij hier als vrijwilliger begonnen?
Annemie: Ik heb hier als vrijwilliger gewerkt van 2014 tot 2018, dus vier jaar. Door een verhuis ben ik toen gestopt, maar sinds juli 2022 ben ik terug. Ik ben nu een uur onderweg van thuis tot hier, maar het is enorm goed om terug te zijn. Ik merk trouwens dat dat uurtje rijden op de terugweg me ook de tijd geeft om alles achter mij te laten en eens rustig over de dag na te denken.
Waarom ben je toch teruggekomen?
Annemie: Die twee. (wijst naar Lindsay en Rosalie) Ik herinner het me nog altijd: ik had met Rosalie afgesproken hier in de kliniek om voorzichtig te vragen of ik terug mocht komen. Toen ik het haar vroeg, nam ze me meteen mee naar de dienst. Toen ik binnenkwam vlogen de armen direct open, ik werd onmiddellijk weer verwelkomd. Ik voel dat enthousiasme bij iedereen op de palliatieve eenheid, ze zijn blij dat we er zijn. Ik kwam thuis en mijn man zei: “Ik moet niet vragen wat je uitgespookt hebt, ik zie het aan je glimlach!”
Wat maakt deze plek zo bijzonder voor jou?
Annemie: Ik kom binnen op de palliatieve eenheid en ik voel me hier thuis. Je kan hier zijn wie je bent. Wij als vrijwilligers worden niet als buitenstaanders beschouwd. Ik voel dat ze hier echt blij zijn dat we er zijn. In alles worden we betrokken. We worden niet weggestuurd als er iets besproken moet worden en er wordt ons altijd gevraagd ‘zie je het zitten om dit of dat te doen?’ Er is nooit de verplichting. Als je het niet ziet zitten, doe je het gewoon niet. Vrijwilligers zijn deel van het team. We zijn misschien een klein schakeltje, maar we horen erbij. Dat geeft mij het gevoel dat als we zouden wegvallen, ze ons wel zouden missen.
Wat doe je hier het liefst?
Annemie: Het leukst vind ik als ik de verpleging kan helpen en ze kan bijstaan in iets dat zij belangrijk vinden. Ik herinner me dat Lindsay me ooit heeft gevraagd of ik wou helpen met een overledene naar het mortuarium te brengen. Ik heb haar daar bezig gezien en ik had zo’n bewondering voor de manier waarop ze die persoon vol eerbied behandeld heeft. Ondertussen legde ze alles uit wat ze deed. Dat is iets wat me is bijgebleven en daar heb ik serieus respect voor. Het heeft me minder schrik doen krijgen van iemand die overleden is.
Heel plezant is natuurlijk ook met de familie kunnen babbelen en kunnen voelen dat zij zich hier ook opgevangen voelen. Als vrijwilligers hebben wij daar ook wat meer tijd voor.
Is er ook iets dat je leert uit je vrijwilligerswerk?
Annemie: Ja, iedere keer dat ik hier kom. Ik leer met mensen omgaan en ik leer wat ziek zijn is. Ik leer ook van de medewerkers dat de mensen die hier verblijven het echt niet gemakkelijk hebben. Soms is er al eens een patiënt met wie het contact wat moeilijker loopt, maar als je dan hoort tijdens de overdracht welke ziektes die persoon heeft, dan besef ik dat ik waarschijnlijk nog erger zou zijn op zo’n moment.
Rosalie en Lindsay, jullie nemen samen de taak van vrijwilligersverantwoordelijke op. Hoe verloopt die samenwerking?
Rosalie: Ik ben gestart als vrijwilligersverantwoordelijke in 2003, toen deed ik dit alleen met ondersteuning van Kobe (n.v.d.r.: Kobe Sercu, hoofdverpleegkundige van de palliatieve eenheid) voor bijvoorbeeld waarderingsgesprekken. In 2015 heeft Lindsay mij een tijdje vervangen omdat ik thuis was na de geboorte van mijn dochter. In 2019-2020 combineerde ik mijn taken op de palliatieve eenheid met werk rond ziekenhuishygiëne, waardoor ik aan Lindsay gevraagd heb of ze mee de verantwoordelijkheid over de vrijwilligers wilde opnemen. Sindsdien doen we het samen. We hebben daar een goed gevoel bij, we voelen elkaar goed aan.
Wat maakt de samenwerking met Annemie zo fijn voor jullie?
Rosalie: Annemie is iemand die zichzelf is. Ze brengt een aangename sfeer wanneer ze er is op de afdeling. Vandaar dat we haar ook met open armen onthaald hebben.
Annemie: Maar dat geldt toch voor alle vrijwilligers?
Rosalie: Ja, iedereen brengt iets extra op zijn eigen manier.
Annemie: We krijgen hier veel vrijheid. We mogen heel veel doen, zeggen en voorstellen. Er wordt altijd geluisterd.
Rosalie: We vinden het ook heel belangrijk dat de vrijwilligers niet meegeteld worden om de afdeling te doen draaien. Als het druk is of als er iemand ziek valt, zijn we natuurlijk blij dat er vrijwilligers zijn, maar eigenlijk moet de afdeling kunnen draaien zonder hen. Ze zijn op dat vlak inderdaad heel vrij. Als ze niets moeten doen en ze zitten drie uur lang in dezelfde kamer, dan is dat zo.
En wat is volgens jullie de meerwaarde van werken met vrijwilligers?
Rosalie: Als een vrijwilliger aanwezig is in de keuken als de familie daar komt, heeft die vrijwilliger tijd om te praten, terwijl het voor ons niet altijd makkelijk is om tijd uit te rekken als we bezig zijn met iets anders. Vele vrijwilligers zeggen dat ook in de waarderingsgesprekken die we doen: er zijn is het belangrijkste.
Lindsay: Ik vind het heel mooi hoe Annemie er is in de keuken. De familie kan er altijd terecht voor een tasje koffie en je ziet hoe er dan spontaan gesprekken ontstaan. De mensen kunnen eens uit de kamer, een gesprek aangaan, dat doet deugd.
Annemie: Als je in de keuken bent en er komt iemand binnen, vind ik het normaal om te vragen hoe het gaat. Ik begin altijd met mij voor te stellen en ik benadruk dan dat ik een vrijwilliger ben, dat ze met medische vragen beter bij iemand anders terechtkunnen. Ik kom in de namiddag, dat is heel anders dan in de voormiddag of in de avond, omdat het bezoek in de namiddag komt. ’s Avonds worden er blijkbaar ook veel gesprekken gevoerd, maar vooral met de patiënten zelf. Verder vind ik het ook evident om te helpen bij praktische taken, zoals mensen helpen met eten, of een kar leegmaken, maar doen wij die niet, dan vallen ze er niet van omver. Nog nooit heeft iemand tegen mij gezegd: “zeg, je hebt die kar niet teruggezet”.
Lindsay: Het is zoals Rosalie zegt: we stellen geen verwachtingen aan de vrijwilligers.
Rosalie: Maar in werkelijkheid is het wel zo dat in de namiddag de koffiebedeling meestal door vrijwilligers gedaan wordt. Als er geen vrijwilliger is in de namiddag, dan doen wij dat. Ook de soep ronddelen is iets dat een vrijwilliger doorgaans doet. Dat maakt het ook makkelijker om een kamer binnen te gaan, als je iets te vragen hebt.
Hoe groot is jullie vrijwilligersgroep?
Lindsay: We hebben hier achttien vrijwilligers met een heel uiteenlopend profiel. Er zijn ook vrijwilligers die echt voor specifieke taken komen. Zo hebben we iemand die enkel komt om onze tuin te onderhouden en iemand die komt om te bakken.
Zijn er dingen die jullie doen om de groepssfeer te bevorderen?
Rosalie: We proberen hen, zoals Annemie zegt, niet te zien als een aparte groep, maar als deel van onze afdeling. Voor de vrijwilligers apart organiseren we vier keer per jaar een ontmoetingsmoment, zodat ze elkaar beter kunnen leren kennen. Elk jaar maken we ook een uitstap met de afdeling, niet alleen met de verpleegkundigen maar vrijwilligers zijn daar ook bij. Het ziekenhuis organiseert jaarlijks een personeelsfeest en een nieuwjaarsreceptie waar vrijwilligers ook op uitgenodigd worden en voor de volledige vrijwilligersgroep van het ziekenhuis wordt er ook ieder jaar een activiteit op poten gezet.
Lindsay: We sturen ook wekelijks een mailtje naar alle vrijwilligers, waarin we enkele belangrijke zaken opsommen. Dat kan ook leuk nieuws zijn, iemand die grootouder geworden is bijvoorbeeld.
Rosalie: Ondanks dat niet iedereen elkaar veel tegenkomt, heb ik tijdens ontmoetingsmomenten wel het gevoel dat er een grote verbondenheid is, ondanks al die verschillende persoonlijkheden.
Is er ook iets dat jullie leren van de vrijwilligers?
Rosalie: Jazeker! Ik heb heel veel bewondering voor mensen die tijd vrijmaken om vrijwillig langs te komen. Iedereen hier heeft zijn eigen persoonlijkheid en ik vind het altijd aangenaam om te zien hoe iemand in het leven staat en hoe die patiënten en hun familie benadert. Ik leer nog altijd bij door te zien hoe zij die toenadering naar patiënten en familie aanpakken.
Lindsay: De bijdrage van vrijwilligers op onze afdeling is heel waardevol. Ik zie veel vrijwilligers die hun eigen rugzak hebben en van daaruit kunnen ze ook een bijdrage bieden, bijvoorbeeld tijdens de overdracht. Soms zien ze iets waar wij op dat moment geen oog voor hebben. Dan kunnen zij soms zeggen: “heb je daaraan al gedacht?” Ik vind het ook heel boeiend om onze vrijwilligers te leren kennen, je bouwt op den duur ook een vriendschap met hen op. Ze zijn enorm betrokken en er is heel veel enthousiasme. Er wordt ook veel gedeeld en ze staan klaar om elkaar te helpen, het is een hechte groep.
Annemie: De vrijwilligersgroep nu is ook nog altijd min of meer dezelfde als de eerste keer dat ik hier kwam. Ik denk dat dat veel zegt.
Lindsay: Het is een wisselwerking. Er is een grote inzet van de vrijwilligers, maar ook van het team. Dit is niet iets wat Rosalie en ik alleen hebben gedaan. Ook bij de rest van het team is er een welwillendheid om goed samen te werken met de vrijwilligers. Als we van de familie een bedanking krijgen nadat er iemand gestorven is, staat er altijd “bedankt aan de verpleegkundigen en de vrijwilligers”. Ik denk dat dat niet onbelangrijk is. Iedereen beseft dat de vrijwilligers een belangrijke bijdrage leveren aan de afdeling. Ons team, dat zijn ook de vrijwilligers, niet enkel de verpleging.
Rosalie: Het is dankzij onze goede groep vrijwilligers en de rest van het team dat er zo’n mooie samenwerking is. Nu we de prijs van vrijwilligersverantwoordelijken van het jaar’ gewonnen hebben, wenst iedereen ons proficiat, maar zonder samenwerking was dit niet mogelijk.