Herman wil graag eens in een cockpit van een vliegtuig zitten.
Herman koestert al van jongs af aan een diepe fascinatie voor vliegtuigen. Zijn jongensdroom? Piloot worden. Toen hij zich aansloot bij het leger, zag hij een kans: via
een staatsexamen in Brussel hoopte hij toegelaten te worden tot de pilotenopleiding van Defensie. Helaas bleek dat een onhaalbare kaart. Omdat hij in zijn jeugd weinig had kunnen studeren, vormden vooral vakken als algebra en wetenschappen een struikelblok. Ondanks zijn uitmuntende ogen, kwam hij niet door de eerste keuring.
Toch liet Herman zijn droom niet zomaar los. Hij vond troost op het militaire vliegveld van Brasschaat, waar hij geen enkele editie van de tweejaarlijkse vliegfeesten miste. Later zou hij zich op zijn 90ste verjaardag zelfs nog trakteren op een vrije sprong met een parachute én een ballonvaart – een bewijs van zijn avontuurlijke geest.
In plaats van in de lucht, bracht het leger hem via de zeemacht naar verre oorden, waaronder de Verenigde Staten. Na zijn diensttijd vond Herman werk in de haven, waar hij hoge havenkranen bestuurde. De vele schepen die hij zag binnenvaren, wakkerden zijn reislust verder aan. Die bracht hem uiteindelijk naar Zuid-Afrika en Japan, dankzij voordelige tickets via zijn zoon die bij Sabena werkte.
Voor zijn zoon legde Herman altijd de nadruk op het belang van studeren – iets wat hij zelf gemist had, maar zijn kind wel gunde. In zijn vrije tijd trok hij eropuit met zijn motor – een oude FN met weinig vering – waarmee hij zelfs tot in Noorwegen reed. Overnachten deed hij vaak in jeugdherbergen, op zijn manier de wereld verkennend, stap voor stap.
Maar één droom bleef altijd aan hem knagen: een keer écht meemaken hoe het is om in de cockpit van een vliegtuig te zitten tijdens de vlucht. Niet als passagier, maar als bevoorrechte getuige van het hart van de luchtvaart.
Deze droom is zijn ultieme wens: even terug in de tijd, even dichtbij de droom van toen.